De vitrine 'Radio Amateurisme'

De vitrine 'T.A. Edison'

Leonard de Vries op bezoek in MUSEUM 'Radio-Wereld' te Diever, 9 juni 1992

Wim en Leonard, ontvangst ingang MuseumHiermee begon de 'Radio-hobby'


'Dank u meneer Leonard de Vries'

Daar ik in 1955 als jongen van 15 jaar op Sint Nicolaas van mijn ouders het boek Jongens Radioboek deel 1 kreeg en met het lezen van dit boek de radio-hobby begon, was het een grote eer om op 9 juni 1992 Leonard de Vries een dag op bezoek te hebben in MUSEUM "Radio-Wereld" te Diever. Leonard de Vries, schrijver van meer dan 50 boeken en 150 bundels op het gebied van radio, televisie, electriciteit, scheikunde, fotografie, sterrenkunde, atoomfysica enz. heeft vele jongeren aangezet tot een hobby en uiteindelijk een beroep waar hun interesse in lag.
Het was een warme dag in juni en onder genot van koffie en broodjes in de zithoek in de tuin ben ik vragen gaan stellen en al pratende komen de verhalen los. Ik heb vele vragen te veel om op te noemen.
Hier volgen enkele vragen:

Waarom bent u schrijver geworden?

Leonard de Vries, geboren in 1919 en inmiddels 73 jaar oud, begint te vertellen: Toen ik 10 jaar oud was, het moet in 1929 geweest zijn, namen mijn ouders me mee voor een bezoek aan het radio-zendstation Kootwijk, was ik zeer onder de indruk van de Lange Golf machinezender PLG (20000 m) en de hoge zendmasten. Zo kwam ik voor het eerst in aanraking met de techniek en mijn vader vertelde mij van het wonder van de aethergolven. Zo is o.a. mijn hobby voor radio-techniek ontstaan.
Toen ik in 1937 17 jaar oud was, moesten wij op de HBS een opstel maken over een onderwerp naar eigen keuze. Ik koos toen het onderwerp 'televisie'. Op mijn manier dit futuristisch onderwerp met veel inzet geschreven, kreeg ik helaas een onvoldoende. Teleurgesteld kwam ik thuis met het opstel. Mijn vader die journalist was bij het Algemeen Handelsblad in Amsterdam corrigeerde het en vond het zo slecht nog niet en verzocht mij het te zenden naar het Jeugdblad 'Doe Mee'.
Na een maand las ik het door mij geschreven artikel in het blad. Als bekroning een goede recensie door Willem Vogt en geen onvoldoende maar ik werd gehonoreerd met f 15,-. Dit is een basis geweest om later schrijver te worden. Tevens heb ik jaren in het blad 'Doe Mee' een rubriek over radio-techniek verzorgd. Ik deed dat onder het pseudoniem 'Radio-oom'. Het bleek dat ik handiger met de pen dan met gereedschap kon omgaan.
Na de HBS volgde ik een opleiding tot chemisch/fysisch laborant bij de Bataafse Petroleum Maatschappij.

De oorlog breekt uit

Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen werd de opleiding bij de BPM opgeheven. Daar stond ik in het begin van de oorlog: 'werkeloos'. Toen ben ik begonnen met het schrijven van een boek over radio-technisch knutselen. Het 'Jongens Radioboek deel 1' is u bekend. Aan dit populaire boek hebben vele radio-hobbyisten en radio-amateurs veel plezier beleefd en is voor velen de eerste kennismaking geweest met de buizen- theorie. Later is hier het 'Jongens Radioboek deel 2' uit voortgekomen geschreven door L.C.H.G. van den Berg. Van den Berg had veel commentaar op mijn boek en vond dat het deel 1 spoedig herschreven moest worden. Doordat deel 1 zo goed liep kreeg deel 2 het cover met mijn naam er op.
De 3e druk het 'Jongens Radioboek' heb ik i.v.m. veiligheid uitgebracht onder de schuilnaam 'Fred Hagenaar'.
'

Overal in Nederland ontstonden 'Hobby-clubs'De schuilnaam 'Fred Hagenaar'

De wrede bezetter

Ontroerend is het volgende verhaal: In 1942 begonnen de Duitsers massaal de Joden te vervolgen, ik was genoodzaakt onder te duiken. Gedurende meer dan 2 jaar hield ik mij verborgen in het oude landhuis 'Het Kasteelke Zwanenburg' tussen Veghel en Dinther in Brabant. Mijn vader en moeder, broers en zussen zijn allemaal omgekomen in de concentratiekampen te Duitsland.
Zelf ben ik eens door Duitsers bedreigd, ze hiekden mij een geweer op de borst gedrukt. Tijdens een inval in mijn onderduikadres hielden ze mij voor iemand die geholpen had met het verbergen van twee Engelse vliegeniers, die met hun vliegtuig waren neergeschoten. Ik herinner me nog kersvers: 'Wo sind die andere zwo'. Uiteindelijk heeft heeft de vader van het onderduikadres me op een listige wijze vrijgepraat. Het scheelde maar een haartje of ik was er geweest.
Doordat ik steeds binnen moest blijven ben ik een nieuw boek gaan schrijven met de titel 'De Hobbyclub'. Doordat ik zo intensief met schrijven bezig was en in een soort fantasiewereld leefde is de oorlog voor mij ongemerkt voorbijgegaan.

Ad en Leonard in gesprek over 'Fotografie'Wim en Leonard in de 'Opkamer' tussen de boeken van de schrijver


Het ontstaan van hobbyclubs!

Wat ik met het schrijven van het boek de 'Hobbyclub' al voor ogen had, dat er na de oorlog in alle grote plaatsen een groot gebouw moest zijn dat speciaal voor de jeugd bestemd was en in het gebouw moest het barsten van allerlei activiteiten. Meisjes en jongens moesten bezig zijn met allerlei hobby's: toneelspelen, fotografie, radio's en versterkers bouwen, timmeren, schilderen enz.
Op deze manier waren ze zinvol bezig, kweekten een band om gezamenlijk dingen te doen en bovendien leerden ze op vroege leeftijd al herkennen waar ze goed in waren en een beroepskeuze maken was later dan ook niet zo moeilijk. Het is allemaal werkelijkheid geworden. In diverse plaatsen ontstonden dergelijke hobbyclubs o.a. in Amsterdam, Dordrecht, Utrecht, Meppel, Drachten enz.

Een 'radiovriend' van me, Ad de Graaf uit Drachten, een Leonard de Vries kenner bij uitstek is ook aanwezig en heeft vele vragen voor Leonard de Vries. Ad is destijd plm. 1950 lid geweest van de hobbyclub in Utrecht.

Het maandblad 'De Hobbyclub', eerste nummer september 1949, onder redactie van Leonard de Vries, was een grote stimulans voor het welslagen van de 'Hobbyclubs'.

© W.H.G. Stuiver, Diever, juni 1992